puntje 60 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Inleiding

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bestaat zestig jaar. Op 10 december 1948 werd ze door de leden van de Verenigde Naties aanvaard.
Het is niet overdreven om te stellen dat de Universele Verklaring een van de meest ambitieuze projecten uit de menselijke geschiedenis is geweest: het formuleren van een set fundamentele rechten die áltijd zouden gelden, voor iedereen, waar ook ter wereld.
Het opstellen van de Universele Verklaring was een zeldzaam vertoon van idealisme, solidariteit en eensgezindheid.
Het is een beginselverklaring waarover door meer mensen uit meer landen overeenstemming is bereikt dan ooit eerder in de geschiedenis.
Met de aanvaarding van de Universele Verklaring kregen de mensenrechten voor het eerst wereldwijde erkenning.

Vandaag de dag is de Universele Verklaring ’s werelds breedst aanvaarde tekst.
Ieder nieuw lid van de Verenigde Naties, en dat werden uiteindelijk nagenoeg alle landen ter wereld, heeft bij toetreding moeten beloven de Universele Verklaring te respecteren.
De verklaring vormde de basis voor de ongeveer driehonderd mensenrechtenverdragen en -verklaringen die de Verenigde Naties sinds 1948 hebben aangenomen.
Van dat omvangrijke mensenrechtenraamwerk blijft de Universele Verklaring het onbetwiste boegbeeld. Door haar heldere taalgebruik, door haar ondubbelzinnigheid, door haar onversneden idealisme.

 

Het ontstaan van de Universele Verklaring

Een unieke periode: tussen Wereldoorlog en Koude Oorlog

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is het product van een unieke historische periode: die tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin, of in ieder geval het serieuze begin, van de Koude Oorlog.

Dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, de vijanden van de jaren die zouden volgen, in staat waren samen te werken, is een van de cruciale succesfactoren in het ontstaan van de verklaring geweest.
De eerste tekenen van de Koude Oorlog waren al wel zichtbaar, maar de vijandschap was nog niet zo erg dat samenwerking onmogelijk was.
Integendeel: er heerste in de commissie die de tekst van de verklaring opstelde een harmonie die niet veel later volstrekt onmogelijk zou zijn.
Terugkijkend kunnen we dus stellen dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nét op tijd is gemaakt.

Een andere belangrijke katalysator, de meest cruciale, was de Tweede Wereldoorlog.
Zonder de gedeelde morele walging van het nationaal-socialisme en de holocaust, zou de Universele Verklaring nooit zijn geschreven, laat staan met zoveel steun zijn aangenomen.
De holocaust had aangetoond dat ‘beschaafde’ volken in staat zijn tot gruwelijke misdaden tegen hun eigen bevolking.
De holocaust had aangetoond dat er waarborgen nodig waren om mensen tegen hun eigen regering te kunnen beschermen.

De herinnering aan de recente gruwelen had de wereld vervuld van een sterke, ja zelfs een fanatieke behoefte aan mensenrechten.
De wereldwijde hartenkreet ‘Dit nooit weer’ kreeg met de Universele Verklaring z’n grootste praktische invulling.
Hoe is dit besef in de uiteindelijke tekst terechtgekomen?
De verwijzingen naar de oorlog zijn onmiskenbaar, maar nergens letterlijk.
De zinsnede, in de Preambule, dat ‘terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens hebben geleid tot barbaarse handelingen’, is een rechtstreekse verwijzing naar de holocaust.
En zo zijn ook veel artikelen in de verklaring direct terug te voeren op het soort maatregelen dat de nazi’s namen tegen joden. Voorbeelden hiervan zijn de bepalingen over het recht op huwelijk, op werk en beroep, op de vrije keuze van onderwijs voor kinderen, en over geloofsvrijheid.

Toch staat er in de verklaring nergens een expliciete verwijzing naar de oorlog, het fascisme of het nationaal-socialisme.
De Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden hadden erop aangedrongen dat wél te doen.
Ze wilden bijvoorbeeld dat expliciet werd gesteld dat artikel 19 (over vrijheid van meningsuiting) en artikel 20 (over de vrijheid van vereniging) niet golden voor fascisten.
De Poolse afgevaardigde bij de Verenigde Naties herinnerde eraan dat zijn land zes jaar lang was onderdrukt door de nazi’s, en dat hij daarom niet akkoord kon gaan met een verklaring die het fascisme, zoals hij dat zag, eens te meer de vrije hand gaf.

Het is in de opstellers te prijzen dat ze aan die impuls hebben kunnen weerstaan.
Want juist dankzij het feit dat de Universele Verklaring nergens expliciet melding maakt van enig politiek of ideologisch systeem, heeft ze zestig jaar lang niets van haar morele kracht verloren.

Het schrijven van de Universele Verklaring

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is in 1947 en 1948 geschreven door de VN-Commissie voor de Mensenrechten.

De Canadees John Peters Humphrey schreef de eerste versie. Hij hanteerde daarbij vijf regels:

  1. Er moest rekening worden gehouden met de grondwetten van lidstaten.
  2. De verklaring moest acceptabel zijn voor alle leden van de Verenigde Naties.
  3. De tekst moest kort, simpel, makkelijk te begrijpen en veelzeggend zijn.
  4. Het moest een bevestiging zijn van de meest elementaire rechten.
  5. Alle categorieën rechten moesten erin vertegenwoordigd zijn.

De VN-Commissie voor de Mensenrechten raadpleegde vele niet-gouvernementele organisaties (dat zijn organisaties die onafhankelijk zijn van de overheid).
De commissie stuurde verzoeken om reacties uit naar vertegenwoordigers van vele stromingen, religies en ideologieën en verwerkte honderden reacties, bijvoorbeeld die van Mahatma Gandhi.
De commissie ontving ook veel aanwijzingen van organisaties die niet persoonlijk waren geraadpleegd, en zelfs van individuele burgers.
Allemaal werden ze serieus bekeken en, indien van toepassing, ter harte genomen.

Om te voorkomen dat de besprekingen binnen de commissie zouden politiseren, dat ze zouden ontaarden in jij-bakken en welles-nietesdiscussies, hadden de commissieleden de ongeschreven regel dat ze niets zouden zeggen over de situatie in elkaars landen.
Het was een succesvolle spelregel: alle bijeenkomsten van de commissie waren harmonieus, kalm en zakelijk. Retorische uitbarstingen waren de uitzondering, open en faire discussies de regel.

Dat dit lukte was mede te danken aan het rustige en onomstreden voorzitterschap van Eleanor Roosevelt.
Roosevelt wordt alom gezien als de grote drijvende kracht achter het opstellen van de Universele Verklaring.
Zij was al zeer actief geweest als echtgenote van de Amerikaanse president Franklin Roosevelt. Als First Lady maakte ze zich in de VS hard tegen discriminatie van zwarten en voor gelijke rechten voor vrouwen. Na de dood van haar man in 1945 werd ze voorzitter van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens, de commissie die belast was met het opstellen van de Universele Verklaring.
In die commissie was zij de bereider van vele noodzakelijke compromissen. Ze maakte vanaf het begin duidelijk dat ze geen uitputtende opsomming wilde, maar een minimumverklaring waarover iedereen het eens was.
Ze hechtte ook zeer aan bondigheid: ze wilde een tekst die helder en kort was. De verklaring was niet bedoeld voor filosofen en juristen, vond ze, maar voor gewone mensen.
Ze wilde, zoals zij dat noemde, een ‘levende’ verklaring. De grote betekenis die de Universele Verklaring in de afgelopen zestig haar heeft gekregen, laat geen twijfel over de vraag of dat is gelukt.

10 December 1948: de aanvaarding van de Universele Verklaring

Op 10 december 1948 werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in stemming gebracht in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

De verklaring werd aangenomen. Er waren geen stemmen tégen, maar wel acht onthoudingen.
Zes daarvan kwamen van Oostbloklanden. Hun voornaamste bezwaar was dat er een te kleine rol was toebedeeld aan de staat.
Voor hen hadden individuele vrijheden geen betekenis zonder een staat die die rechten garandeerde. Dat diezelfde staat ook, zoals de praktijk in het Oostblok uitwees, de rechten van het individu nietig kon verklaren, was volgens hen logisch en terecht.
De staat was in de Sovjet-ideologie immers ‘het collectieve individu’, dus waarom zou het individuele individu nog iets te wensen hebben?

Maar dat was juist wat de Universele Verklaring beoogde: het individu rechten te geven die het heeft en houdt, zélfs ten opzichte van de eigen staat.

Een andere onthouding kwam van Saudi-Arabië. Voor dat land waren artikel 16 en 18 de stenen des aanstoots.
In artikel 16 staat dat mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht hebben om te trouwen. Dat op zich was geen probleem, wel de bepaling dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben in het huwelijk, en dat een huwelijk geen beperkingen mag kennen op grond van, onder meer, religie.
Artikel 18 bepaalt dat iedereen het recht heeft op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, en dat iedereen het recht heeft om van godsdienst te veranderen.
Saudi-Arabië wilde die laatste toevoeging geschrapt hebben. Dat gebeurde niet, hetgeen overigens andere moslimlanden als Syrië, Iran, Turkije en Pakistan er niet van weerhield vóór de verklaring te stemmen.

Ook Zuid-Afrika onthield zich van stemming.
Een aantal artikelen hield immers een rechtstreekse veroordeling in van het systeem van apartheid, dat kort tevoren in Zuid-Afrika was ingevoerd. Voorbeelden zijn het beginsel van non-discriminatie (artikel 2), het recht op vrije verplaatsing (artikel 13) en ieders recht om deel te nemen aan het landsbestuur (artikel 21).

Korte beschrijving van de inhoud

De eerste twee artikelen van de Universele Verklaring maken duidelijk dat de mensenrechten universeel zijn.
Artikel 1 stelt dat alle mensen vrij en gelijk worden geboren.
In artikel 2 staat dat iedereen, zonder enig onderscheid, aanspraak heeft op alle rechten en vrijheden die in de verklaring zijn opgesomd.
De mensenrechten zijn dus onvervreemdbaar. Ze gelden altijd, voor iedereen.
Je hebt die rechten niet omdat ze je zijn toegewezen door de regering, de rechter of het parlement, of omdat er binnen jouw dorp of gemeenschap afspraken over zijn gemaakt.
Er is menselijkheid voor nodig, meer niet.
Je hebt mensenrechten omdat je een mens bent.

In de dertig artikelen van de verklaring zijn in totaal zo’n zestig fundamentele mensenrechten opgesomd. Daaronder zijn:
- integriteitsrechten: dat zijn de rechten die zijn gericht op bescherming van de persoon en zijn vrijheden.
Voorbeelden van integriteitsrechten in de verklaring zijn het recht op leven, op erkenning als persoon voor de wet en op vrijwaring van marteling;
- burgerrechten en politieke rechten: deze rechten worden vaak de ‘klassieke’ mensenrechten genoemd en omvatten zaken als vrijheid van meningsuiting en religie, en het recht te kiezen en gekozen te worden in geheime verkiezingen;
- het recht op asiel: wie in z’n eigen land te vrezen heeft voor vervolging, heeft het recht in andere landen om bescherming te vragen. Dit recht werd niet lang daarna, in 1951, vastgelegd in het VN-Vluchtelingenverdrag.
- sociaal-economische rechten, zoals de rechten op werk, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting en medische verzorging.
Sommige van de sociaal-economische rechten zijn enigszins utopisch. Zo krijgt het overgrote deel van de wereldbevolking nog altijd geen ‘vakantie met behoud van loon’, zoals artikel 24 voorschrijft.
De sociaal-economische rechten zijn dan ook, anders dan de klassieke, meer bedoeld als rechten die overheden moeten nastreven, en niet zozeer als rechten die de burger van de overheid kan eisen.

Tussen al deze soorten mensenrechten bestaat er geen hiërarchie. De mensenrechten zijn, zoals dat heet, ‘ondeelbaar en onderling afhankelijk’.
Het is niet zo dat sommige rechten belangrijker zijn dan andere.
Wel is het zo dat de verschillende rechten soms een andere inspanning van de overheid vereisen.
Iemand kan bij de overheid bijvoorbeeld niet zomaar het recht op arbeid of een goede levensstandaard afdwingen, maar wél bescherming tegen marteling of willekeurige executie.

Het zijn overigens weer eens de allerkleinsten die niks in de melk te brokken hebben. De enige keer dat het woord ‘verplicht’ voorkomt is in artikel 26: ‘het lager onderwijs zal verplicht zijn’.

Zijn de mensenrechten westers?

De Universele Verklaring was al bij haar aanvaarding in 1948 niet onomstreden.
Een veelgehoord punt van kritiek is dat de Universele Verklaring geen rekening houdt met normen en waarden die horen bij specifieke culturen, vooral niet-westerse.

Zijn de mensenrechten bij uitstek een westers idee?
Nee. De waarden die aan de mensenrechten ten grondslag liggen zijn terug te vinden in vrijwel alle culturen ter wereld.
Aan het opstellen van de Universele Verklaring werkten mensen uit alle delen van de wereld mee. De opstellers vertegenwoordigden verschillende culturele, religieuze, economische en politieke systemen.
In de VN-Commissie voor de Mensenrechten zaten deskundigen uit zeventien landen, waaronder Iran, de VS, de Sovjet-Unie, Chili, China, Egypte en India.
Dat was dus een brede, ook niet-westerse vertegenwoordiging.
In de commissie werd er keer op keer op gehamerd dat alle VN-lidstaten zich in de tekst moesten kunnen vinden.
Van de toenmalige VN-lidstaten (58) die gezamenlijk de Universele Verklaring aanvaardden, stonden er 37 in de joods-christelijke traditie, elf in de islamitische, zes waren er marxistisch en vier boeddhistisch.
Ook het feit dat vrijwel alle bepalingen in de verklaring ten tijde van het opstellen op een of andere manier waren terug te vinden in vele grondwetten in alle delen van de wereld, draagt bij aan de universaliteit.

De Universele Verklaring heeft niet de pretentie dat ze álle regels voor alle samenlevingen en culturen vastlegt.
Het is duidelijk dat verschillende culturen en tradities een verschillende vorm hebben gegeven aan zaken als recht en medemenselijkheid. Zo is in de ene cultuur de verering van God belangrijker dan in de andere. De ene cultuur hecht meer waarde aan het oordeel van wijze ouderen, de andere meer aan de meerderheid van de bevolking. Een diepgelovig christen heeft andere gevoelens over waardigheid dan een overtuigd socialist.

Maar voor al die verschillende opvattingen bestaat ook de ruimte binnen de mensenrechten. 
De mensenrechten garanderen juist het bestaansrecht van verschillende culturen.
Het enige dat het idee van de mensenrechten niet toelaat, is dat er, met een beroep op cultuur of traditie, fundamentele rechten worden onderdrukt of geschonden. Zoals een gevleugelde uitdrukking luidt: marteling doet in iedere cultuur pijn, en wie wordt vermoord, is altijd dood.

Mensenrechtenverdedigers

Mensenrechtenverdedigers zijn degenen die, binnen een organisatie of als individu, actief opkomen voor de rechten uit de Universele Verklaring.
Mensenrechtenverdedigers zijn in alle landen van de wereld actief. In veel landen lopen ze vanwege hun werk grote risico’s.

Sommige mensenrechtenactivisten zijn persoonlijke voorbeelden van moed en integriteit.
Bijvoorbeeld Aung San Suu Kyi, oppositieleider in Myanmar, het vroegere Birma.
Zij trotseert al meer dan vijftien jaar een van de meest brute dictaturen ter wereld. Ze leeft al sinds het begin van de jaren negentig grotendeels onder huisarrest.
Over dat huisarrest zei ze eens: ‘De enige echte gevangenis is angst. En de enige echte vrijheid is vrijwaring van angst.’

Een ander voorbeeld van een inspirerende mensenrechtenactivist is Desmond Tutu, de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop.
Hij werd beroemd als activist tegen het apartheidsregime en heeft in de loop der jaren een enorm respect opgebouwd als voorvechter van verzoening en eenheid.
Een mooie uitspraak van hem is: ‘Als je neutraal blijft tegenover onrecht, kies je de kant van de onderdrukker. Als een olifant zijn voet neerzet op de staart van een muis, en jij zegt dat je neutraal blijft, zal die muis jouw neutraliteit niet waarderen.’

Toen de Universele Verklaring in 1998 vijftig jaar bestond, aanvaardden de Verenigde Naties een belangrijke nieuwe verklaring: de VN-Verklaring voor Mensenrechtenverdedigers.
Deze verklaring garandeert het recht op vrijheid van vereniging en communicatie met andere organisaties, het recht op informatie en het recht op effectieve rechtsmiddelen.
Iedereen heeft het recht, om de verklaring te citeren, om ‘nieuwe ideeën en beginselen ten aanzien van de mensenrechten te ontwikkelen en die uit te dragen’.
En iedereen heeft het recht ‘individueel of in vereniging met anderen, deel te nemen aan vreedzame acties tegen schendingen van mensenrechten en fundamentele vrijheden’.
De verklaring waarborgt ook het recht om middelen en hulp te werven, ook van buiten de grenzen van het land.

Het is van zeer groot belang dat de mensenrechtenverdedigers worden beschermd.
Het feit dat er sinds de geboorte van de Universele Verklaring een wereldwijde beweging voor de mensenrechten is ontstaan, draagt bij aan die bescherming.
De Universele Verklaring werd de grondslag van vele organisaties.
In bijna alle landen zijn plaatselijke organisaties en comités voor de mensenrechten actief. Voor vrijwel al die organisaties is de Universele Verklaring de leidraad in het werk.
De grootste mensenrechtenorganisatie is Amnesty International, met meer 2,2 miljoen leden over de hele wereld.
Het begin van de missie van Amnesty luidt: ‘Amnesty International streeft naar een wereld waarin iedereen alle rechten geniet die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’

Betekenis van de Universele Verklaring vandaag

Zoals gezegd is vandaag de dag geen enkele andere tekst ter wereld zo breed aanvaard als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Volgens het Guinness Book of Records is de Universele Verklaring het meest vertaalde document ter wereld: in ten minste 335 talen is de tekst te lezen.
De Universele Verklaring is weliswaar niet bindend (in tegenstelling tot een verdrag, dat wél juridisch bindend is), maar haar morele betekenis is enorm.
Volgens uitspraken van de VN-Commissie voor Internationaal Recht heeft een ‘verklaring’ (een ‘declaratie’) die door een groot aantal landen over langere tijd is onderschreven, een status die niet veel lager is dan die van een bindend verdrag.
We zien dan ook dat in diverse landen rechters in uitspraken naar de Universele Verklaring hebben verwezen.

De Universele Verklaring heeft het internationale landschap, en de aard van wat wordt genoemd ‘de internationale gemeenschap’, ingrijpend veranderd.
De Universele Verklaring vormde de basis voor zeer veel verdragen, verklaringen, protocollen en andere mensenrechteninstrumenten die de Verenigde Naties sindsdien hebben aangenomen.
Tot de belangrijkste behoren de twee grote mensenrechtenverdragen uit 1966: het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
Andere belangrijke zijn het Verdrag tegen Martelen uit 1984, het Verdrag voor de Rechten van het Kind uit 1989 en het Verdrag tegen Verdwijningen uit 2007.
De installatie van een permanent Internationaal Strafhof in Den Haag in 2002 was een enorme doorbraak op internationaalrechtelijk gebied.

De Universele Verklaring vormde de inspiratie voor de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika en voor het streven naar democratie in Oost-Europa, Latijns-Amerika, Afrika en Azië.
Zij heeft voor vooruitgang gezorgd in de afschaffing van de doodstraf, de uitbanning van marteling, de verspreiding van gelijkheid voor vrouwen, de bescherming van de rechten van kinderen en het keren van het tij voor straffeloosheid.
Maar vooral heeft zij een wereldwijde gemeenschap van gewone mannen en vrouwen ertoe aangezet mee te doen aan de strijd voor gerechtigheid en gelijkheid voor iedereen.

De grootste bedreiging voor de toekomst van de mensenrechten is misschien wel het ontbreken van een gedeelde internationale visie op hun belang.
De eensgezindheid van 1948, die werd aangewakkerd door de enorme schok die de Tweede Wereldoorlog had gegeven, ontbreekt vandaag de dag.

Het zijn ’s werelds grootmachten die het slechte voorbeeld geven.
China paart zijn enorme economische groei nog altijd aan een zeer slechte staat van dienst op mensenrechtengebied.
In Rusland wordt de persvrijheid onderdrukt, lopen mensenrechtenactivisten gevaar en legt het leger, bijvoorbeeld in Tsjetsjenië, een barbaarse minachting van de mensenrechten aan de dag.
De maatregelen die Verenigde Staten hebben genomen sinds ze de ‘oorlog tegen terrorisme’ zijn begonnen, betekenen een gevaarlijke uitholling van de mensenrechten. Zaken als marteling en het opsluiten van mensen zonder proces zijn niet langer uitsluitend het domein van dictaturen. Ook landen die de mensenrechten altijd hoog in het vaandel hebben gehad, maken zich er schuldig aan.

 
De realiteit van vandaag: enkele cijfers

Wanneer we de hoopvolle beloftes uit 1948 plaatsen naast de realiteit van vandaag de dag is er vaak sprake van een schrijnend contrast. Enkele voorbeelden.

Artikel 1: Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.
De realiteit: Alleen al in de eerste helft van vorig jaar werden in Egypte bijna 250 vrouwen vermoord door hun echtgenoot of familieleden en werden er gemiddeld twee vrouwen per uur verkracht.

Artikel 3: Iedereen heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.
De realiteit: Vorig jaar werden er ten minste 1.252 mensen terechtgesteld in 24 landen. Maar tegelijk stemden ook 104 landen voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf; dat betekent dat zij de doodstraf niet zullen voltrekken, ook als dat volgens de wet nog wel mag.

De trend naar wereldwijde afschaffing van de doodstraf is onmiskenbaar: ieder jaar daalt het aantal executies, en groeit het aantal landen dat de doodstraf afschaft.
Toen de Universele Verklaring werd aangenomen hadden pas acht landen de doodstraf voor alle misdrijven afgeschaft. Inmiddels zijn dat er meer dan negentig.

Artikel 5: Niemand zal worden onderworpen aan folteringen.
De realiteit: Amnesty International heeft vorig jaar gevallen van marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling gedocumenteerd in 81 landen.

Artikel 7: Allen zijn gelijk voor de wet.
De realiteit: In het Amnesty International Jaarboek 2008 wordt gerapporteerd over 23 landen met wetten die discriminerend zijn voor vrouwen en veertien landen met wetten die discriminerend zijn voor minderheden.

Artikel 9: Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.
De realiteit: Eind vorig jaar hield de Multinationale Troepenmacht onder leiding van de Verenigde Staten in Irak zo’n 25.000 mensen gevangen zonder aanklacht of proces.

Artikel 10: Iedereen heeft recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.
De realiteit: Vorig jaar waren er volgens Amnesty International oneerlijke processen in ten minste 54 landen.

Artikel 11: Iedereen heeft er recht op voor onschuldig te worden gehouden tot het tegendeel is bewezen.
De realiteit: Sinds het gevangenenkamp op Guantánamo Bay opende in 2002 hebben daar zo’n achthonderd mensen zonder aanklacht of proces gevangen gezeten.

Artikel 13: Iedereen heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen.
De realiteit: Momenteel beperken of verhinderen meer dan 550 Israëlische militaire controleposten en blokkades de bewegingsvrijheid van Palestijnen om zich tussen steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever te verplaatsen.

Artikel 18: Iedereen heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.
De realiteit: Er zijn gewetensgevangenen in minimaal 45 landen. Zij zitten bijvoorbeeld vast vanwege hun mening of religie.

Artikel 19: Iedereen heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting.
De realiteit: Vorig jaar beperkten ten minste 77 landen de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid.

Artikel 20: Iedereen heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
De realiteit: De grootste demonstraties in Myanmar in bijna twee decennia werden in september 2007 met harde hand neergeslagen. Er werden ten minste honderd vreedzame demonstranten doodgeschoten en nog eens honderd ‘verdwenen’. Tijdens en na de demonstraties werden tussen de drie- en vierduizend mensen opgesloten, onder wie kinderen.

Artikel 23: Iedereen heeft recht op arbeid, met een eerlijk loon. Iedereen mag zich aansluiten bij een vakbond.
De realiteit: In de laatste twee decennia zijn in Colombia meer dan tweeduizend vakbondsactivisten vermoord. Daders zijn meestal veiligheidstroepen of paramilitairen. Er wordt zelden iemand voor de moorden berecht.

10 december: Dag van de Mensenrechten
Op 10 december wordt overal ter wereld de verjaardag van de Universele Verklaring gevierd. Die datum is officieel uitgeroepen tot Internationale Dag van de Mensenrechten.
Meestal hebben die vieringen eerder een serieus dan een feestelijk tintje.
Amnesty International brengt dan meestal het belang van de mensenrechten onder de aandacht door extra intensief actie te voeren voor een of meerdere mensen van wie de mensenrechten worden geschonden.
Ook vele andere organisaties, groeperingen, regeringen, parlementen, en uiteraard ook de Verenigde Naties, staan op 10 december uitgebreid stil bij de mensenrechten en de Universele Verklaring.

Werken voor de idealen uit de Universele Verklaring

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is een buitengewoon idealistisch document. In dertig artikelen zijn de fundamentele mensenrechten vastgelegd, die in het decennium daarvoor zo waren vertrapt. Dertig artikelen vol vrijheid, gerechtigheid en vrede. Vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties. Een geest van broederschap. Alle mensen gelijk, in waardigheid en rechten!

Ik denk niet dat veel andere verklaringen zó hoog van de toren blazen. Laat staan verklaringen die door vrijwel alle landen ter wereld zijn onderschreven. Die hoogdravende idealen kunnen verlammend werken: wie streeft naar de volledige naleving van de Universele Verklaring, staat voor een onmogelijke opgave.

Maar moeten we daarom onze schouders ophalen bij het verhaal van Mie Mie, uit Myanmar?
Ze is 36 jaar, en moeder van twee kinderen.
Ze werd gearresteerd omdat ze meeliep in de vreedzame demonstraties die Myanmar in september vorig jaar overspoelden. Ze zit gevangen, uitsluitend omdat ze gebruik maakte van haar recht op vrije meningsuiting.
Of het verhaal van Emadeddin Baghi, uit Iran.
Deze zeer actieve journalist en mensenrechtenactivist is een constante luis in de pels van de Iraanse regering.
Hij is activist tegen de doodstraf en voor de rechten van gevangenen. Momenteel zit hij in de gevangenis omdat hij de nationale veiligheid in gevaar zou hebben gebracht. Dat zou hij hebben gedaan met het publiceren van een boek getiteld ‘De tragedie van democratie in Iran’.

Amnesty International voert actie voor de vrijlating van mensen als Mie Mie en Emadeddin Baghi.
Maar niet alleen voor hen. Jaarlijks voert Amnesty honderden acties voor mensen van wie de rechten uit de Universele Verklaring worden geschonden.

Amnesty is ervan doordrongen dat het werken voor de idealen uit de Universele Verklaring geduld vraagt. Heel veel geduld.

Een leidraad daarbij is een prachtige uitspraak van Eleanor Roosevelt, de vrouw die zo’n belangrijke rol vervulde bij het opstelling van de Universele Verklaring.
Toen de Universele Verklaring tien jaar bestond, op 10 december 1958, voegde Roosevelt een prachtige notie toe aan de wereldomspannende, universele ambitie van de verklaring.
Ze zei: ‘Waar beginnen de universele mensenrechten? Op kleine plaatsen, dicht bij huis – zo dichtbij en zo klein dat ze op geen enkele kaart van de wereld gezien kunnen worden. Maar die plekken zijn de wereld van individuele mensen. Als deze rechten daar geen betekenis hebben, hebben ze weinig betekenis ergens anders.’

Amnesty’s blik is altijd gericht op die kleine plaatsen.
Amnesty werkt voor individuen, en stelt concrete doelen. De successen die we behalen, bewijzen de waarde van de Universele Verklaring op een zeer fundamenteel niveau. Ze geven ons ook de kracht en inspiratie om door te gaan.

Een van de zaken waarin we recentelijk goed nieuws konden vieren was die van de schrijver en journalist U Win Tin uit Myanmar, het vroegere Birma.
U Win Tin werd in september eindelijk vrijgelaten. Hij had negentien jaar lang gevangen gezeten. Dat is bijna een kwart van zijn leven, want hij is 79 jaar oud.
Ze hadden hem opgesloten uitsluitend vanwege zijn vreedzame strijd voor democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.
In de gevangenis is hij herhaaldelijk gemarteld. Hij kreeg verschillende keren het aanbod om in ruil voor vrijlating z’n politieke activiteiten te staken. Hij weigerde steeds.
Ook nu accepteerde hij geen voorwaarden voor z’n vrijheid.
Direct nadat hij de gevangenispoort was uitgelopen kondigde hij aan: ‘Ik zal blijven vechten tot er democratie is in dit land.’
Een zeldzaam sterke en dappere man.

Een ander succesverhaal is dat van Mutabar Tadzhibajeva, uit Oezbekistan.
Ze uitte kritiek op het harde optreden van veiligheidstroepen tegen een vreedzame demonstratie, waarbij honderden doden vielen.
Ze werd in 2006 tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld. Amnesty voerde actie voor haar, en in juni 2008 kregen we het bericht van haar vrijlating.
Kort na die vrijlating vertelde ze over haar gevangenschap: ‘Ik zat negenhonderd dagen op een “marteleiland”; zevenhonderd dagen daarvan bracht ik door in eenzame opsluiting. Ik hield alleen maar vol dankzij de steun van mensen die zich mijn lot aantrokken. Alleen dat gaf mij kracht.’

Deze woorden maken één ding duidelijk: hoe belangrijk de Universele Verklaring ook is, nóg belangrijker zijn de mensen die werken voor haar naleving.

terug